Apenrots verhalen

Een directeur vertelt:

Op gegeven moment tijdens een sessie zei ‘naam’ iets van: “Dat doen wij bij ‘naam bedrijf’ niet” en iedereen wist: ja dat doen wij wél. Je zag iedereen kijken, maar niemand zei het! Dat is toch … hiërarchisch ingesteld, toch. Beetje die apenrots, van: nou ja als de baas zoiets zegt dan kunnen wij er wel anders over denken, maar eh … we kunnen beter niet onze mond opendoen. Dat is toch wel een beetje onze cultuur denk ik. Een beetje macho. Als er heel hard stelling wordt genomen door een meerdere, die zegt “dat doen wij niet” dan zeg jij niet van “ho ho, ik denk daar toch anders over”. Ik denk dat in het verleden …. Voor mensen hun gevoel brengt dat je niet verder in ons bedrijf. Misschien onterecht, maar het vertrouwen om je zo op te stellen is nog niet echt groot.

Maar als je het die meerdere vraagt, dan zeggen ze natuurlijk het feedback-verhaal: “ja natuurlijk, daar sta ik helemaal voor open”. Nou, dat werkt dus in feite niet. Dat is de cultuur niet. En dat is ook logisch. We moeten toch slagkracht hebben, daadkracht, doe-gericht, dus ik begrijp het ook wel en dat wil ik ook niet kwijtraken op een bepaalde manier. Maar je moet ook een beetje openstaan voor de inbreng en de ervaringen en mening van een ander. Uiteindelijk is er natuurlijk iemand die de lijn uitzet, en dat moet ook, en je hoeft niet veel van die slagkracht te verliezen door iets opener te zijn.

Tegelijkertijd zijn we ook allemaal gewend om onze eigen koninkrijkjes te hebben, dus we hebben zoiets van: joh, ach laat maar lopen, ik doe het toch op mijn eigen manier. Als project heb je het naar je bedrijfsleider, van: ik doe het toch lekker op mijn manier, en de bedrijfsleider weer naar zijn directie van: ja is wel goed joh, en … ja, zo gaat dat dan. Dus dat je denkt van: ik ga dat gevecht niet aan, ik krijg alleen maar een dikke min achter mijn naam en de deksel op mijn neus, dus ik geloof het wel.

En jij doet het in je eigen koninkrijkje ook weer op dezelfde manier. Voor je gevoel doe je het niet, maar waarschijnlijk als je het iemand vraagt die met mij werkt die zegt precies hetzelfde hoor, ik weet het niet. We hebben nu een samenwerkingsgebeuren en dan komen mensen bij mij inderdaad, die vroegen over mijn benaderbaarheid, want “af en toe weet ik niet of ik welkom ben”. En dan zeg ik: ja maar mijn deur staat toch open? Ja maar, die houding …. Mijn houding is dan kennelijk iets van: joh wat doe je hier, rot op. Dat zet zich wel door dus. Het zit diep in de organisatie. En door onze organisatie, waardoor ik toch heel erg verspreid ben over de wereld, kan het ook makkelijk, want als jij in Australië of Singapore zit dan kan iemand hoog en laag springen wat ie wil, ik doe het tóch. Ja, je houdt er natuurlijk wel rekening mee, maar je weet: een beetje manoeuvreren …. Daar zijn we heel goed in, in mee-manoeuvreren.

Terug